February 27, 2009
De tevredenheid van werknemers in de publieke sector wijkt af van die van werknemers in de privésector. Zo zijn ambtenaren meer tevreden over hun werkzekerheid en de balans tussen werk en gezin. Werknemers in de privésector zijn dan weer meer tevreden over hun bonussen en extralegale voordelen.
De resultaten van het Grote Beloningsonderzoek van de Vlerick Leuven Gent Management School tonen aan dat de tevredenheid van de werknemers in de publieke sector nogal eens durft te verschillen van de scores die hun collega’s in de particuliere sector laten optekenen.
Als het om bonussen en extralegale voordelen gaat, bijvoorbeeld, geven de ambtenaren (en contractuelen in overheidsdienst) steevast lagere punten op de tevredenheidslijn, die loopt van 1 (zeer ontevreden) tot 5 (zeer tevreden).
Voor bonussen beloopt de score in de publieke sector 3,08 op 5, in de particuliere is dat 3,23. Voor extralegale voordelen gaat het om 3,7 tegen 3,89 op 5.
Ook inzake niet-financiële beloning is er een verschil tussen werknemers uit de publieke en de particuliere sector. Maar dan in omgekeerde zin: nu zijn de ambtenaren tevredener. Dat geldt bijvoorbeeld voor werkzekerheid. Daar scoren de ambtenaren een erg hoge 4,43 op 5, tegen een al bij al nog behoorlijke 3,83 voor de werknemers in de privébedrijven.
Eenzelfde verschijnsel treedt op als gevraagd wordt naar de tevredenheid over de balans werk-gezin. In de publieke sector krijgt dat onderdeel een hele mooie 4,06 op 5. Beter dan in de privésector (3,83). Tegenover de loopbaanonderbreking voor ambtenaren bestaat er nochtans tijdskrediet in de particuliere sector.
In het Grote Beloningsonderzoek van de Vlerick Leuven Gent Management School werden 8357 Vlamingen ondervraagd, een mix van arbeiders, bedienden, ambtenaren, kader- en directieleden.
Bron: HR Square
Leave a Comment » |
News HR |
Permalink
Posted by Chloë
February 26, 2009
Er bestaat een grote contradictie tussen de opvatting van rekruteerders en de opvatting van sollicitanten over online-werven. Dat besluit een Nederlands bedrijf dat een jaar actief is op de Vlaamse markt van online- rekruteren. Toch wordt online-rekruteren steeds populairder.
Een jaar terug startte Wouters & Volon met het Nederlandse rekruteringsmodel Adver-Online op de Belgische markt. Na een jaar evalueert het bedrijf het rekruteren en solliciteren op internet in Vlaanderen. Men meent dat we in Vlaanderen “nog iets achterop hinken ten opzichte van Nederland, maar dat online-rekruteren ook hier volop in opmars is en aan kwaliteit wint”.
Hierbij de belangrijkste bevindingen afgeleid uit workshops bij werkgevers, een rondvraag bij sollicitanten en een doorlichting van duizend cv’s van kandidaten die online solliciteerden.
Rekruteerders versus sollicitanten
Volgens Adver-Online heerst er nog een grote contradictie tussen de opvatting van rekruteerders en de opvatting van sollicitanten over het online wervingsproces. Sollicitanten ervaren de vele vacatures van intermediairs, zoals uitzendkantoren, als een barrière. Rekruteerders besteden daarentegen wegens gebrek aan tijd, middelen en/of kennis van de online-markt hun online-jobadvertenties uit aan … intermediairs.
Niet alleen voor jonge mannen
De screening van duizend cv’s van online-sollicitanten die reageerden op een selectie van honderd verschillende vacatures leert dat online-solliciteren steeds minder een exclusieve mannenzaak is. Bij de jongste generaties op de arbeidsmarkt zoeken evenveel vrouwen als mannen online naar een nieuwe job.
Zo’n vier op de tien reacties komt van twintigers. Maar ook vijftigplussers zijn met tien procent volwaardig vertegenwoordigd. Niet alleen jongeren solliciteren dus online.
Het gaat doorgaans wel om hoger opgeleiden: 74 procent van de kandidaten heeft hogere studies achter de rug. Opvallend: vooral de jongeren zijn hoger opgeleid.
De steekproef toont tevens aan dat de helft van de sollicitanten in Vlaanderen afkomstig is uit Antwerpen en Oost-Vlaanderen. Brussel en Vlaams-Brabant zijn goed voor 27 procent.
Nog enkele vaststellingen:
- Communicatie, techniek, verkoop en logistiek vormen met bijna 70 procent de favoriete richtingen van de online-sollicitant.
- De helft van de kandidaten solliciteert terwijl hij nog aan het werk is. Tien procent heeft de schoolbanken net verlaten en veertig procent is effectief werkzoekend.
- Een kleine vijftig procent had tot op de dag van hun sollicitatie één tot twee verschillende werkgevers. Zo’n 35 procent werkte tot aan hun sollicitatie al voor drie tot acht werkgevers.
- De sociale verkiezingen hadden een nefaste invloed op het online-wervingsproces, vakantieperiodes daarentegen hebben geen invloed op het aantal reacties die een vacature telt.
- De meeste cv’s zijn opgemaakt in het Nederlands, vooral in de logistieke sector solliciteert men in het Engels.
Bron: HR Square
Leave a Comment » |
News HR, News Media |
Permalink
Posted by Chloë
February 26, 2009
Op de site van Het Nieuwsblad lazen we meer over deze voorspelling van de Nederlandse professor Willem Verbeken, hoogleraar salesmanagement in Rotterdam:
’Volstrekt onwettelijk en strijdig met de wet op de privacy’, repliceert Roger Blanpain, emeritus-hoogleraar arbeidsrecht van de Katholieke Universiteit Leuven.
Met een hersenscan blijft niets verborgen van het gedrag van de mens. Het hersenonderzoek is al een flink eind gevorderd in het opsporen van bijvoorbeeld autistisch of psychopathisch gedrag. Professor Willem Verbeke van de Erasmus Universiteit in Rotterdam onderzoekt het gedrag van mensen en hun emotionele intelligentie aan de hand van fMRI-scans. fMRI staat voor functional Magnetic Resonance Imaging. Het laat de artsen en wetenschappers toe de werking van de hersenen te bekijken op een heel klein gebied.
‘Bepaalde deeltjes van de hersenen zijn actiever wanneer ze informatie verwerken. Bij autisten merken we dat bepaalde delen van de hersenen dan niet actief worden. Personen met een hoge intelligentie vertonen autistische trekjes’, zegt Verbeke.
Mensen met een hoge IQ zijn daarom niet het meest geschikt voor een bepaalde job. Daarentegen bieden personen met een hoge emotionele coëfficiënt (EQ) meer kans op succes in het bedrijfsleven. Het is Verbeke te doen om het opsporen van bepaalde disfuncties bij een sollicitant zoals psychopathisch gedrag. ‘Mensen die een hoge functie gaan bekleden, zouden eerst moeten worden gescand’, meent de hoogleraar.
Volgens Verbeke zullen bedrijven de komende vijf jaar almaar meer sollicitanten aan een hersenscan onderwerpen. Sociale intelligentie, verkooptalent en leiderschap zitten namelijk in het brein gebakken. Maar tot nu toe werden de hersenscans uitsluitend op vrijwilligers uitgevoerd. De onderzoeker heeft het niet begrepen op het big brothersfeertje rond zijn breinonderzoek. ‘Ik zou mezelf nooit voor een werkgever in de scanner laten leggen’, schreef De Telegraaf in een interview in 2007.
De hersenscan gebruiken voor sollicitaties is omstreden. ‘Het afnemen van een hersenscan bij sollicitanten is volstrekt onwettelijk. De Wereldgezondheidsorganisatie zou dergelijk onderzoek wereldwijd moeten verbieden. Er zijn grenzen aan het ontluisteren van de menselijke persoonlijkheid’, zegt Roger Blanpain, emeritus KUL-hoogleraar arbeidsrecht. ‘Deze aanpak is strijdig met de privacy en ook met de wet op discriminatie op basis van huidige of toekomstige gezondheidstoestand bij sollicitatie.’
In ons land worden resultaten van hersenscans voor dergelijke doeleinden niet onderzocht. ‘Dit gaat me echt te ver. Een dergelijke ontwikkeling voor het rekruteren van werknemers vind ik niet wenselijk. Ik kan me niet inbeelden dat dit een gangbare praktijk zou worden. De hoogtechnologische aanpak zal ongetwijfeld bepaalde informatie opleveren maar er spelen nog andere factoren mee bij het kiezen van de meest geschikte kandidaat. Hersenscan vind ik kort door de bocht’, zegt Jan Denys, woordvoerder van de uitzendkantoren Randstad.
Bron: Het Nieuwsblad
Leave a Comment » |
News HR |
Permalink
Posted by Chloë
February 26, 2009
Alors qu’Internet constitue la source principale d’informations sur les entreprises locales, à peine 4 pour cent des petites sociétés disposent d’un site web. C’est ce qu’indique une étude de WebVisible et Nielsen.
Pour les besoins de l’enquête, une entreprise locale a été définie comme une activité dans l’environnement direct des sondés, par exemple les restaurants, les lieux récréatifs, les plombiers et les comptables.
L’Internet reste pour 63 pour cent des consommateurs, mais également des patrons de petites entreprises, le premier endroit où ils vont chercher des informations sur les entreprises locales. 82 pour cent exploitent un moteur de recherche. Pourtant, seuls 44 pour cent des petites entreprises disposent d’un site web et la moitié d’entre elles consacrent moins de dix pour cent de leur budget marketing à la publicité en ligne.L’étude montre que l’utilisation du média en ligne pour les recherches locales augmente. Mais, il existe une grande différence entre la manière dont les propriétaires de petites entreprises se comportent en tant que consommateurs et la manière dont ils placent leur propre affaire en ligne. La moitié des sondés affirment d’abord utiliser un moteur de recherche pour trouver des informations sur les entreprises locales et 24 pour cent optent pour les pages d’or (en ligne). 92 pour cent se déclarent satisfaits des résultats qu’ils obtiennent par les moteurs de recherche même si 39 pour cent admettent souvent ne pouvoir localiser des entreprises connues. Il est donc probable qu’une société similaire avec une présence web plus forte y gagnera un client.
WebVisible a constaté que la recherche en ligne et les infolettres par courriel sont les seuls médias qui connaissent une croissance auprès des consommateurs à la recherche de produits ou services locaux. Par comparaison à voici deux ans, les personnes interrogées admettent utiliser davantage les moteurs de recherche et les infolettres alors que les journaux, les magazines, le direct mailing et la radio sont moins utilisés.
Parmi les petites sociétés qui disposent d’un site web (moins de la moitié), la plupart ne sont pas vraiment satisfaites de leur marketing en ligne: 51 pour cent considèrent que leur site est trop modeste ou trop faible au niveau de l’attraction de nouveaux clients. A peine 7 pour cent considèrent qu’attirer de nouveaux clients vers leur site web est un objectif marketing essentiel. Ils n’y consacrent d’ailleurs pas beaucoup de temps: 61 pour cent y passent moins de trois heures par semaine.
WebVisible / Nielsen – The great divide
source: 6minutes
Leave a Comment » |
1 |
Permalink
Posted by loclo
February 25, 2009
B2B Press, de federatie van de vakpers, heeft een online onderzoek laten uitvoeren rond business-to-business media. Dat werd in november vorig jaar toevertrouwd aan ANT Research. De analyse van de resultaten gebeurde door het team van Deepblue (Aegis Media) onder leiding van Bruno Liesse.
De beslissers worden altijd en op elk niveau blootgesteld aan een alsmaar grotere hoeveelheid kanalen en media: persoonlijke contacten, telefoon of gesprekken, neutrale transversale websites, allerlei mailings, de invloed van collega’s, beurzen, B2B aanwezigheid in de massamedia, enzovoort. En natuurlijk – in deze professionele 360°- de gespecialiseerde vakmedia en trade press. Die vervult meer dan ooit zijn informatieve en beïnvloedende taak voor producten en diensten die beantwoorden aan de noden van deze vakmensen met verschillende achtergronden.
Hieruit blijkt duidelijk dat de voornaamste professionele informatiebronnen de vakmedia zijn. De vakmedia worden aangeduid als de eerste professionele informatiebron (62% = “regelmatig” en 27% “soms”), met een duidelijk hogere frequentie aan Nederlandstalige zijde (“regelmatig” = 64%, versus 58% voor de Franstaligen). De tweede bron zijn algemene websites, met 49% ‘regelmatige’ gebruikers en 38% ‘occasionele’ gebruikers. De voorkeur bij de Nederlandstaligen is hier nog duidelijker (52% regelmatige tegenover 40% in het zuiden van het land). De derde bron zijn collega’s. De ‘word of mouth’ is een krachtige informatiebron. Op vier staan de dagbladen, met 58% regelmatige lezers, 19% occasionele lezers en weinig verschil tussen beide taalstelsels. De zakenbladen trekken minder lezers: ze tellen 31% regelmatige lezers en ongeveer evenveel occasionele lezers (34%), maar ze bezetten wel een voorkeurpositie. Klik hier om verder te lezen (bron: Pub)
Leave a Comment » |
News Media |
Permalink
Posted by Chloë
February 25, 2009
Op de site HR Square lazen we net een artikel over het Grote Beloningsonderzoek van de Vlerick Leuven Gent Management School. Daaruit blijkt dat werknemers niet-financiële beloningselementen – zoals jobinhoud en werksfeer – meer waarderen dan het gewone loon:
Meestal denken we bij het horen van ‘beloning’ aan de klassiekers zoals maandloon en bonussen of de zichtbare extra voordelen zoals een bedrijfswagen. Het Grote Beloningsonderzoek van de Vlerick Leuven gent Management School onderstreept dat beloning om veel meer gaat dan dat.
Tevredenheid of niet-financiële
Een groot aantal onderdelen van een modern beloningspakket is niet-financieel. En de waardering voor die niet-financiële beloningselementen is veel groter dan voor het gewone loon.
In de enquête gaat het onder meer over jobinhoud en -verantwoordelijkheid, werksfeer en samenwerking met collega’s, de kans op een soepele werk- en vakantieregeling, opleidingskansen, werkzekerheid en – als buitenbeentje – de bedrijfswaarden.
De algemene tevredenheid over die thema’s ligt hoog, met scores op een puntenschaal van 1 tot 5 van 3,5 tot bijna 4. Dat is 0,5 tot zelfs 1 punt meer dan de tevredenheid over het loon of het loonbeleid. De allerhoogste scores uit de enquête (op een totaal van 43 elementen) zitten allemaal in de niet-financiële sfeer, met de eigen jobinhoud en de werksfeer helemaal op kop.
Arbeiders ontevreden over opleidingskansen
Het onderzoek leert ook dat de tevredenheid steevast hoger ligt bij bedienden dan bij arbeiders, en hoger bij kaderleden dan bij bedienden.
Bij de arbeiders zegt 80 procent tevreden te zijn met de eigen job en 70 procent met de werksfeer en de collega’s. Maar op de andere onderdelen zijn de percentages een stuk lager, met een dieptepunt voor de combinatie werk-gezin en de opleidingskansen (nauwelijks 40 procent tevredenheid).
De tevredenheid over de geboden werkzekerheid strandt op 60 procent, het omarmen van de bedrijfswaarden haalt slechts 55 procent.
Bedienden meer tevreden
Bij de bedienden is het patroon gelijkaardig aan dat van de arbeiders, maar met hogere percentages: van 85 procent tevredenheid over de job tot ongeveer 50 procent voor werk-gezin en opleidingskansen. De bedrijfswaarden halen bij de bedienden een middelmatige score, twee op de drie genieten van hun werkzekerheid.
Kaderleden meest tevreden (over vakantie)
Bij de kaderleden is de groep tevredenen het grootst en zakt geen enkel onderdeel onder de grens van de 50 procent. Dat werkzekerheid en bedrijfswaarden hoger scoren dan bij arbeiders en bedienden, mag niet verbazen, maar de hoge score voor het aantal vakantiedagen doet dat wel.
Meer verschillen
Er duiken nog andere verschillen op:
- Vrouwen zijn significant meer tevreden met hun niet-financiële beloning dan mannen.
- Veertigplussers hechten meer belang aan werkzekerheid dan hun jongere collega’s.
- Personeel uit de bank- en verzekeringssector is het meest tevreden over de combinatie werk-gezin.
- De waardering en tevredenheid over de bedrijfswaarden is bij bedienden en kaderleden sterk toegenomen tegenover een gelijkaardige enquête uit 2005.
Bron: HR Square
Leave a Comment » |
News HR |
Permalink
Posted by Chloë